kopen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
kopen
Uitspraak: /ˈkoːpən/
Voorbeeld
Ik wil een nieuwe auto kopen.
Vervoeging
ikkoop
jijkoopt
hijkoopt
wijkopen
julliekopen
zijkopen
Verleden tijd
kocht / kochten
Voltooid deelwoord
hebbengekocht
Gebiedende wijs
koop
Voorwaardelijke wijs
zou kopen
Toekomende tijd
zal kopen