kort

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

bijvoeglijk naamwoorda1
Vertaling
kort
Uitspraak: /kɔrt/
Voorbeeld
Hij heeft een kort kapsel.
Vergrotende trap
korter
Overtreffende trap
kortst
bijwoorda1
Vertaling
kort
Uitspraak: /kɔrt/
Voorbeeld
Hij sprak kort over het onderwerp.