kostuum
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
zelfstandig naamwoordb1
het
Vertaling
kostuum
Uitspraak: /kɔsˈtym/
Voorbeeld
Hij droeg een kostuum naar het feest.
Meervoud
kostuums
Verkleinwoord
kostuumpje