kraken
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
cracking
Uitspraak: /ˈkraːkə(n)/
Voorbeeld
De hacker probeerde de code te kraken.
Vervoeging
| ik | kraak |
| jij | kraakt |
| hij | kraakt |
| wij | kraken |
| jullie | kraken |
| zij | kraken |
Verleden tijd
krakte / krakten
Voltooid deelwoord
hebbengekrakt
Gebiedende wijs
krak
Voorwaardelijke wijs
zou kraken
Toekomende tijd
zal kraken
zelfstandig naamwoorda1
Vertaling
cracking
Uitspraak: /ˈkraːkə(n)/
Voorbeeld
Het kraken van de vloer was luid.