kruipen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
kruipen
Uitspraak: /ˈkrœypə(n)/
Voorbeeld
De baby begint te kruipen.
Vervoeging
| ik | kruip |
| jij | kruipt |
| hij | kruipt |
| wij | kruipen |
| jullie | kruipen |
| zij | kruipen |
Verleden tijd
kroop / kropen
Voltooid deelwoord
hebben/zijngekropen
Gebiedende wijs
kruip
Voorwaardelijke wijs
zou kruipen
Toekomende tijd
zal kruipen