kunnen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
kunnen
Uitspraak: /ˈkʏ.nə(n)/
Voorbeeld
Kun je me helpen met deze taak?
Vervoeging
ikkan
jijkan
hijkan
wijkunnen
julliekunnen
zijkunnen
Verleden tijd
kon / konden
Voltooid deelwoord
hebbengekund
Gebiedende wijs
kunn
Voorwaardelijke wijs
zou kunnen
Toekomende tijd
zal kunnen