kussen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
zelfstandig naamwoorda2
de/het
Vertaling
pillow
Uitspraak: /ˈkʏsə(n)/
Voorbeeld
Ik slaap altijd met twee kussens.
Meervoud
kussens
werkwoorda1
Vertaling
kiss
Uitspraak: /ˈkʏsə(n)/
Voorbeeld
Ze kussen elkaar bij het afscheid.
Vervoeging
| ik | kus |
| jij | kust |
| hij | kust |
| wij | kussen |
| jullie | kussen |
| zij | kussen |
Verleden tijd
kusste / kussten
Voltooid deelwoord
hebbengekusst
Gebiedende wijs
kuss
Voorwaardelijke wijs
zou kussen
Toekomende tijd
zal kussen