laden

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
laden
Uitspraak: /ˈlaː.də(n)/
Voorbeeld
We moeten de vrachtwagen laden.
Vervoeging
iklaad
jijlaadt
hijlaadt
wijladen
jullieladen
zijladen
Verleden tijd
laadde / laadden
Voltooid deelwoord
hebbengeladen
Gebiedende wijs
laad
Voorwaardelijke wijs
zou laden
Toekomende tijd
zal laden
zelfstandig naamwoorda1
Vertaling
laden
Uitspraak: /ˈlaː.də(n)/
Voorbeeld
De laden van de kast zijn vol met kleding.