landen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
landen
Uitspraak: /ˈlɑn.də(n)/
Voorbeeld
Het vliegtuig zal over een uur landen.
Vervoeging
| ik | land |
| jij | landt |
| hij | landt |
| wij | landen |
| jullie | landen |
| zij | landen |
Verleden tijd
landde / landden
Voltooid deelwoord
zijngeland
Gebiedende wijs
land
Voorwaardelijke wijs
zou landen
Toekomende tijd
zal landen
zelfstandig naamwoorda1
de
Vertaling
landen
Uitspraak: /ˈlɑn.də(n)/
Voorbeeld
Er zijn veel landen in Europa.