leggen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
leggen
Uitspraak: /ˈlɛ.ɣə(n)/
Voorbeeld
Hij legt het boek op tafel.
Vervoeging
| ik | leg |
| jij | legt |
| hij | legt |
| wij | leggen |
| jullie | leggen |
| zij | leggen |
Verleden tijd
legde / legden
Voltooid deelwoord
hebbengelegd
Gebiedende wijs
leg
Voorwaardelijke wijs
zou leggen
Toekomende tijd
zal leggen