leveren
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
leveren
Uitspraak: /ˈleːvərə(n)/
Voorbeeld
Ze kunnen de bestelling morgen leveren.
Vervoeging
| ik | lever |
| jij | levert |
| hij | levert |
| wij | leveren |
| jullie | leveren |
| zij | leveren |
Verleden tijd
leverde / leverden
Voltooid deelwoord
hebbengeleverd
Gebiedende wijs
lever
Voorwaardelijke wijs
zou leveren
Toekomende tijd
zal leveren