liegen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
to lie
Uitspraak: /ˈli.ɣə(n)/
Voorbeeld
Het is niet goed om te liegen.
Vervoeging
| ik | lieg |
| jij | liegt |
| hij | liegt |
| wij | liegen |
| jullie | liegen |
| zij | liegen |
Verleden tijd
loog / logen
Voltooid deelwoord
hebbengelogen
Gebiedende wijs
lieg
Voorwaardelijke wijs
zou liegen
Toekomende tijd
zal liegen