liggen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
liggen
Uitspraak: /ˈlɪɣə(n)/
Voorbeeld
Het boek ligt op tafel.
Vervoeging
| ik | lig |
| jij | ligt |
| hij | ligt |
| wij | liggen |
| jullie | liggen |
| zij | liggen |
Verleden tijd
lag / lagen
Voltooid deelwoord
hebbengelegen
Gebiedende wijs
lig
Voorwaardelijke wijs
zou liggen
Toekomende tijd
zal liggen