lokken

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb2
Vertaling
lokken
Uitspraak: /ˈlɔ.kə(n)/
Voorbeeld
Ze probeerden de kat met eten te lokken.
Vervoeging
iklok
jijlokt
hijlokt
wijlokken
jullielokken
zijlokken
Verleden tijd
lokte / lokten
Voltooid deelwoord
hebbengelokt
Gebiedende wijs
lok
Voorwaardelijke wijs
zou lokken
Toekomende tijd
zal lokken