loskoppelen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
disconnect
Uitspraak: /ˈlɔsˌkɔpələn/
Voorbeeld
Vergeet niet de kabel los te koppelen.
Vervoeging
ikkoppel los
jijkoppelt los
hijkoppelt los
wijloskoppelen
jullieloskoppelen
zijloskoppelen
Verleden tijd
loskoppelde / loskoppelden
Voltooid deelwoord
hebbengeloskoppeld
Gebiedende wijs
loskoppel
Voorwaardelijke wijs
zou loskoppelen
Toekomende tijd
zal loskoppelen