luisteren

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
luisteren
Uitspraak: /ˈlœystərə(n)/
Voorbeeld
Ik hou ervan om naar muziek te luisteren.
Vervoeging
ikluister
jijluistert
hijluistert
wijluisteren
jullieluisteren
zijluisteren
Verleden tijd
luisterde / luisterden
Voltooid deelwoord
hebbengeluisterd
Gebiedende wijs
luister
Voorwaardelijke wijs
zou luisteren
Toekomende tijd
zal luisteren