lunchen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
lunchen
Uitspraak: /ˈlʏn.tʃə(n)/
Voorbeeld
We gaan om twaalf uur lunchen.
Vervoeging
iklunch
jijluncht
hijluncht
wijlunchen
jullielunchen
zijlunchen
Verleden tijd
lunchte / lunchten
Voltooid deelwoord
hebbengeluncht
Gebiedende wijs
lunch
Voorwaardelijke wijs
zou lunchen
Toekomende tijd
zal lunchen