maandag

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

zelfstandig naamwoorda1
de
Vertaling
maandag
Uitspraak: /ˈmaːndaːx/
Voorbeeld
We beginnen de nieuwe week op maandag.
Meervoud
maandagen
Verkleinwoord
maandagje