maken

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
maken
Uitspraak: /ˈmaː.kə(n)/
Voorbeeld
Zij maken een taart voor het feest.
Vervoeging
ikmaak
jijmaakt
hijmaakt
wijmaken
julliemaken
zijmaken
Verleden tijd
maakte / maakten
Voltooid deelwoord
hebbengemaakt
Gebiedende wijs
maak
Voorwaardelijke wijs
zou maken
Toekomende tijd
zal maken