mankeren
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
ontbreken, missen
Uitspraak: /mɑŋˈkeː.rə(n)/
Voorbeeld
Er lijkt iets te mankeren aan de auto.
Vervoeging
| ik | mankeer |
| jij | mankeert |
| hij | mankeert |
| wij | mankeren |
| jullie | mankeren |
| zij | mankeren |
Verleden tijd
mankeerde / mankeerden
Voltooid deelwoord
hebbengemankeerd
Gebiedende wijs
mankeer
Voorwaardelijke wijs
zou mankeren
Toekomende tijd
zal mankeren