markeren
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
to mark
Uitspraak: /mɑrˈkeːrə(n)/
Voorbeeld
Je moet de belangrijke punten markeren.
Vervoeging
| ik | markeer |
| jij | markeert |
| hij | markeert |
| wij | markeren |
| jullie | markeren |
| zij | markeren |
Verleden tijd
markerde / markerden
Voltooid deelwoord
hebbengemarkerd
Gebiedende wijs
marker
Voorwaardelijke wijs
zou markeren
Toekomende tijd
zal markeren