meelopen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
to walk along
Uitspraak: /ˈmeː.loː.pə(n)/
Voorbeeld
Zij wil graag meelopen met de marathon.
Vervoeging
| ik | loop mee |
| jij | loopt mee |
| hij | loopt mee |
| wij | lopen mee |
| jullie | lopen mee |
| zij | lopen mee |
Verleden tijd
lopte / lopten
Voltooid deelwoord
hebbengemeelopt
Gebiedende wijs
lop
Voorwaardelijke wijs
zou meelopen
Toekomende tijd
zal meelopen
Scheidbaar werkwoord