meespelen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
participate
Uitspraak: /ˈmeː.speː.lə(n)/
Voorbeeld
Wil je vanavond meespelen met ons team?
Vervoeging
ikspeel mee
jijspeelt mee
hijspeelt mee
wijmeespelen
julliemeespelen
zijmeespelen
Verleden tijd
spelde / spelden
Voltooid deelwoord
hebbengemeespeld
Gebiedende wijs
spel
Voorwaardelijke wijs
zou meespelen
Toekomende tijd
zal meespelen
Scheidbaar werkwoord