minister

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

zelfstandig naamwoordb1
de
Vertaling
minister
Uitspraak: /miˈnɪstər/
Voorbeeld
De minister gaf een toespraak over het nieuwe beleid.
Meervoud
ministers
Verkleinwoord
ministertje