moeten

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
moeten
Uitspraak: /ˈmu.tə(n)/
Voorbeeld
We moeten vroeg opstaan morgen.
Vervoeging
ikmoet
jijmoet
hijmoet
wijmoeten
julliemoeten
zijmoeten
Verleden tijd
moest / moesten
Voltooid deelwoord
hebbengemoeten
Gebiedende wijs
moet
Voorwaardelijke wijs
zou moeten
Toekomende tijd
zal moeten