nabeoordelen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb2
Vertaling
to assess afterwards
Uitspraak: /naːˈbəˌoːrdələ(n)/
Voorbeeld
De leraar moet de examens nog nabeoordelen.
Vervoeging
| ik | nabeoordeel |
| jij | nabeoordeelt |
| hij | nabeoordeelt |
| wij | nabeoordelen |
| jullie | nabeoordelen |
| zij | nabeoordelen |
Verleden tijd
nabeoordelde / nabeoordelden
Voltooid deelwoord
hebbengenabeoordeld
Gebiedende wijs
nabeoordel
Voorwaardelijke wijs
zou nabeoordelen
Toekomende tijd
zal nabeoordelen
Scheidbaar werkwoord