nacontroleren
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb2
Vertaling
recheck
Uitspraak: /ˈnaːˌkɔntrɔleːrə(n)/
Voorbeeld
Kun je de gegevens nog een keer nacontroleren?
Vervoeging
| ik | nacontroleer |
| jij | nacontroleert |
| hij | nacontroleert |
| wij | nacontroleren |
| jullie | nacontroleren |
| zij | nacontroleren |
Verleden tijd
nacontrolerde / nacontrolerden
Voltooid deelwoord
hebbengenacontrolerd
Gebiedende wijs
nacontroler
Voorwaardelijke wijs
zou nacontroleren
Toekomende tijd
zal nacontroleren
Scheidbaar werkwoord