naderen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb2
Vertaling
to approach
Uitspraak: /ˈnaː.də.rə(n)/
Voorbeeld
De trein nadert het station.
Vervoeging
| ik | nader |
| jij | nadert |
| hij | nadert |
| wij | naderen |
| jullie | naderen |
| zij | naderen |
Verleden tijd
naderde / naderden
Voltooid deelwoord
hebbengenaderd
Gebiedende wijs
nader
Voorwaardelijke wijs
zou naderen
Toekomende tijd
zal naderen