naslapen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb2
Vertaling
sleep afterwards
Uitspraak: /ˈnaː.slaː.pə(n)/
Voorbeeld
Na een lange reis moet ik altijd even naslapen.
Vervoeging
iknaslaap
jijnaslaapt
hijnaslaapt
wijnaslapen
jullienaslapen
zijnaslapen
Verleden tijd
naslapte / naslapten
Voltooid deelwoord
hebbengenaslapt
Gebiedende wijs
naslap
Voorwaardelijke wijs
zou naslapen
Toekomende tijd
zal naslapen
Scheidbaar werkwoord