nastarten

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
restart
Uitspraak: /ˈnaːˌstɑr.tə(n)/
Voorbeeld
We moeten de computer opnieuw nastarten.
Vervoeging
iknastart
jijnastart
hijnastart
wijnastarten
jullienastarten
zijnastarten
Verleden tijd
nastartte / nastartten
Voltooid deelwoord
hebbengenastartt
Gebiedende wijs
nastart
Voorwaardelijke wijs
zou nastarten
Toekomende tijd
zal nastarten
Scheidbaar werkwoord