noemen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
noemen
Uitspraak: /ˈnumə(n)/
Voorbeeld
Ze noemen hem vaak bij zijn bijnaam.
Vervoeging
| ik | noem |
| jij | noemt |
| hij | noemt |
| wij | noemen |
| jullie | noemen |
| zij | noemen |
Verleden tijd
noemde / noemden
Voltooid deelwoord
hebbengenoemd
Gebiedende wijs
noem
Voorwaardelijke wijs
zou noemen
Toekomende tijd
zal noemen