normaal

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

bijvoeglijk naamwoorda1
Vertaling
normaal
Uitspraak: /nɔrˈmaːl/
Voorbeeld
Het is normaal om je soms moe te voelen.
Vergrotende trap
normaler
Overtreffende trap
normaalst
bijwoorda1
Vertaling
normaal
Uitspraak: /nɔrˈmaːl/
Voorbeeld
Normaal gesproken eet ik om zes uur.