observeren
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
to observe
Uitspraak: /ɔbzɛrˈveːrə(n)/
Voorbeeld
De wetenschapper begon de vogels te observeren.
Vervoeging
| ik | observeer |
| jij | observeert |
| hij | observeert |
| wij | observeren |
| jullie | observeren |
| zij | observeren |
Verleden tijd
observerde / observerden
Voltooid deelwoord
hebbengeobserverd
Gebiedende wijs
observer
Voorwaardelijke wijs
zou observeren
Toekomende tijd
zal observeren