oefenen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
oefenen
Uitspraak: /ˈuːfənə(n)/
Voorbeeld
Wij oefenen elke dag op de piano.
Vervoeging
ikoefen
jijoefent
hijoefent
wijoefenen
jullieoefenen
zijoefenen
Verleden tijd
oefende / oefenden
Voltooid deelwoord
hebbengeoefend
Gebiedende wijs
oefen
Voorwaardelijke wijs
zou oefenen
Toekomende tijd
zal oefenen