ombouwen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
to convert
Uitspraak: /ˈɔmˌbɑuən/
Voorbeeld
Ze willen de oude schuur ombouwen tot een gastenverblijf.
Vervoeging
| ik | ombouw |
| jij | ombouwt |
| hij | ombouwt |
| wij | ombouwen |
| jullie | ombouwen |
| zij | ombouwen |
Verleden tijd
bouwde / bouwden
Voltooid deelwoord
hebbengeombouwd
Gebiedende wijs
bouw
Voorwaardelijke wijs
zou ombouwen
Toekomende tijd
zal ombouwen
Scheidbaar werkwoord