omdraaien
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
omdraaien
Uitspraak: /ˈɔmˌdraː.i̯ə(n)/
Voorbeeld
Kun je de pannenkoek omdraaien?
Vervoeging
| ik | draai om |
| jij | draait om |
| hij | draait om |
| wij | draaien om |
| jullie | draaien om |
| zij | draaien om |
Verleden tijd
draaide om / draaiden om
Voltooid deelwoord
hebbenomgedraaid
Gebiedende wijs
draai om
Voorwaardelijke wijs
zou omdraaien
Toekomende tijd
zal omdraaien
Scheidbaar werkwoord