omgaan

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
omgaan
Uitspraak: /ˈɔm.ɣaːn/
Voorbeeld
Hij weet niet hoe hij met stress moet omgaan.
Vervoeging
ikga om
jijgaat om
hijgaat om
wijgaan om
julliegaan om
zijgaan om
Verleden tijd
ging om / gingen om
Voltooid deelwoord
zijnomgegaan
Gebiedende wijs
ga om
Voorwaardelijke wijs
zou omgaan
Toekomende tijd
zal omgaan
Scheidbaar werkwoord