omhalen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb2
Vertaling
to fetch around
Uitspraak: /ˈɔm.ɦaː.lə(n)/
Voorbeeld
Ze moesten de vlag omhalen vanwege de storm.
Vervoeging
| ik | omhaal |
| jij | omhaalt |
| hij | omhaalt |
| wij | omhalen |
| jullie | omhalen |
| zij | omhalen |
Verleden tijd
halde / halden
Voltooid deelwoord
hebbengeomhald
Gebiedende wijs
hal
Voorwaardelijke wijs
zou omhalen
Toekomende tijd
zal omhalen
Scheidbaar werkwoord