omregelen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb2
Vertaling
rearrange
Uitspraak: /ˈɔm.reː.ɣə.lə(n)/
Voorbeeld
We moeten de afspraak omregelen naar volgende week.
Vervoeging
| ik | omregel |
| jij | omregelt |
| hij | omregelt |
| wij | omregelen |
| jullie | omregelen |
| zij | omregelen |
Verleden tijd
regelde / regelden
Voltooid deelwoord
hebbengeomregeld
Gebiedende wijs
regel
Voorwaardelijke wijs
zou omregelen
Toekomende tijd
zal omregelen
Scheidbaar werkwoord