omrijden
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
to drive around
Uitspraak: /ˈɔm.rɛi̯.də(n)/
Voorbeeld
We moeten omrijden vanwege de wegwerkzaamheden.
Vervoeging
| ik | omrijd |
| jij | omrijdt |
| hij | omrijdt |
| wij | omrijden |
| jullie | omrijden |
| zij | omrijden |
Verleden tijd
rijdde / rijdden
Voltooid deelwoord
hebbengeomrijdd
Gebiedende wijs
rijd
Voorwaardelijke wijs
zou omrijden
Toekomende tijd
zal omrijden
Scheidbaar werkwoord