omvallen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
to fall over
Uitspraak: /ˈɔmˌfɑlən/
Voorbeeld
De boom dreigde om te vallen tijdens de storm.
Vervoeging
| ik | omval |
| jij | omvalt |
| hij | omvalt |
| wij | omvallen |
| jullie | omvallen |
| zij | omvallen |
Verleden tijd
vallde / vallden
Voltooid deelwoord
hebbengeomvalld
Gebiedende wijs
vall
Voorwaardelijke wijs
zou omvallen
Toekomende tijd
zal omvallen
Scheidbaar werkwoord