omzetten
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
to convert
Uitspraak: /ˈɔmˌzɛtə(n)/
Voorbeeld
We moeten de plannen snel omzetten in actie.
Vervoeging
| ik | omzet |
| jij | omzet |
| hij | omzet |
| wij | omzetten |
| jullie | omzetten |
| zij | omzetten |
Verleden tijd
zettte / zettten
Voltooid deelwoord
hebbengeomzettt
Gebiedende wijs
zett
Voorwaardelijke wijs
zou omzetten
Toekomende tijd
zal omzetten
Scheidbaar werkwoord