ontmoeten
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
ontmoeten
Uitspraak: /ɔntˈmutə(n)/
Voorbeeld
We zullen elkaar morgen ontmoeten.
Vervoeging
| ik | ontmoet |
| jij | ontmoet |
| hij | ontmoet |
| wij | ontmoeten |
| jullie | ontmoeten |
| zij | ontmoeten |
Verleden tijd
ontmoette / ontmoetten
Voltooid deelwoord
hebbenontmoet
Gebiedende wijs
ontmoet
Voorwaardelijke wijs
zou ontmoeten
Toekomende tijd
zal ontmoeten