ontspannen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
ontspannen
Uitspraak: /ɔntˈspɑnə(n)/
Voorbeeld
Na een lange dag wil ik gewoon ontspannen.
Vervoeging
| ik | ontspan |
| jij | ontspant |
| hij | ontspant |
| wij | ontspannen |
| jullie | ontspannen |
| zij | ontspannen |
Verleden tijd
ontspande / ontspanden
Voltooid deelwoord
hebbenontspannen
Gebiedende wijs
ontspan
Voorwaardelijke wijs
zou ontspannen
Toekomende tijd
zal ontspannen
bijvoeglijk naamwoorda2
Vertaling
ontspannen
Uitspraak: /ɔntˈspɑ.nə(n)/
Voorbeeld
Hij voelde zich ontspannen na de vakantie.