opblijven

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
stay up
Uitspraak: /ˈɔpˌblɛi̯.və(n)/
Voorbeeld
De kinderen willen vanavond laat opblijven.
Vervoeging
ikopblijf
jijopblijft
hijopblijft
wijopblijven
jullieopblijven
zijopblijven
Verleden tijd
blijvde / blijvden
Voltooid deelwoord
hebbengeopblijvd
Gebiedende wijs
blijv
Voorwaardelijke wijs
zou opblijven
Toekomende tijd
zal opblijven
Scheidbaar werkwoord