opbloeien
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb2
Vertaling
flourish
Uitspraak: /ˈɔpˌbloːi̯ə(n)/
Voorbeeld
Na de regen begon de tuin op te bloeien.
Vervoeging
| ik | opbloei |
| jij | opbloeit |
| hij | opbloeit |
| wij | opbloeien |
| jullie | opbloeien |
| zij | opbloeien |
Verleden tijd
bloeide / bloeiden
Voltooid deelwoord
hebbengeopbloeid
Gebiedende wijs
bloei
Voorwaardelijke wijs
zou opbloeien
Toekomende tijd
zal opbloeien
Scheidbaar werkwoord