opbreken
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb2
Vertaling
break up
Uitspraak: /ˈɔpˌbreː.kə(n)/
Voorbeeld
Ze moesten de straat opbreken voor reparaties.
Vervoeging
| ik | breek op |
| jij | breekt op |
| hij | breekt op |
| wij | opbreken |
| jullie | opbreken |
| zij | opbreken |
Verleden tijd
brekte / brekten
Voltooid deelwoord
hebbengeopbrekt
Gebiedende wijs
brek
Voorwaardelijke wijs
zou opbreken
Toekomende tijd
zal opbreken
Scheidbaar werkwoord