opdoen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
gain
Uitspraak: /ˈɔpˌduːn/
Voorbeeld
Je kunt veel ervaring opdoen in deze baan.
Vervoeging
| ik | doe op |
| jij | doet op |
| hij | doet op |
| wij | opdoen |
| jullie | opdoen |
| zij | opdoen |
Verleden tijd
dode / doden
Voltooid deelwoord
hebbengeopdod
Gebiedende wijs
do
Voorwaardelijke wijs
zou opdoen
Toekomende tijd
zal opdoen
Scheidbaar werkwoord