opdragen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
assign
Uitspraak: /ˈɔp.draː.ɣə(n)/
Voorbeeld
De leraar droeg ons op om stil te zijn.
Vervoeging
| ik | draag op |
| jij | draagt op |
| hij | draagt op |
| wij | dragen op |
| jullie | dragen op |
| zij | dragen op |
Verleden tijd
dragde / dragden
Voltooid deelwoord
hebbengeopdragd
Gebiedende wijs
drag
Voorwaardelijke wijs
zou opdragen
Toekomende tijd
zal opdragen
Scheidbaar werkwoord