opdringen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb2
Vertaling
impose
Uitspraak: /ˈɔpˌdrɪŋ.ə(n)/
Voorbeeld
Hij probeert zijn mening op te dringen.
Vervoeging
| ik | opdring |
| jij | opdringt |
| hij | opdringt |
| wij | opdringen |
| jullie | opdringen |
| zij | opdringen |
Verleden tijd
dringde / dringden
Voltooid deelwoord
hebbengeopdringd
Gebiedende wijs
dring
Voorwaardelijke wijs
zou opdringen
Toekomende tijd
zal opdringen
Scheidbaar werkwoord